DE VROUWEN VAN DE HARDRIJDERIJ

vrouwen hardrijderij - Bijlsma 001

vrouwen hardrijderij - Bijlsma 001Dit artikel gaat over een boek. En dat boek gaat over een voorbije tijd, de jaren veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw. Een tijd waarin ’s winters de kranten vol stonden met aankondigingen voor hardrijderijen. Een tijd waarin jonge boerendochters op het scherpst van de snede met elkaar streden op de korte baan. Een tijd waarin een meisje van 18 in één winter duizenden guldens kon verdienen.

Ze heetten Ike Nienhuis, Joke Hoekstra, Annie van der Meer, Tine de Vries, Martha Wieringa, Grietje Oosterhof, Atje Deelstra, Rinske Zeinstra. Iedereen kende hun namen, en langs de 140 meter lange baan stonden bij elke wedstrijd honderden toeschouwers.

De rijdsters werden in optocht en onder begeleiding van een fanfare van en naar de baan gebracht. En na afloop, bij de prijsuitreiking, was er een gezamenlijke maaltijd met snert, roggebrood en spek.

 

Waarom waren die hardrijderijen voor vrouwen zo populair? Onder andere omdat ze eerlijker, ‘zuiverder’ waren dan die bij de mannen. Daar werd gedeeld, zoals dat heette, en werden de toeschouwers veel te vaak voor de gek gehouden. De vrouwen deden dat niet. Als tijdens een rit de tegenstandster viel, remde de ander vaak af omdat ze niet op die manier wilde winnen. Op de baan was er rivaliteit, maar buiten de baan was er vriendschap.

Die vriendschap kwam onder andere tot uiting in de ereboog die de rijdsters vormden als een van hen trouwde: bij het verlaten van het stadhuis liep het bruidspaar onder een boog door van omhooggehouden (toen nog houten) schaatsen. In een periode van 1943 tot 1970 zijn in totaal 47 huwelijken op die manier opgeluisterd met zo’n ereboog. Zo werd elk huwelijk tot een kleine reünie, en werd de vriendschapsband versterkt.

Initiatiefnemer en coördinator van die bijeenkomsten was de Friese journalist Douwe Miedema. Hij was als verslaggever bij de wedstrijden aanwezig, hij kende alle vrouwen, en werd langzamerhand hun mentor en vertrouwenspersoon. Ze kwamen bij hem om advies, hij hield plakboeken voor hen bij, en hij zag het bijna als zijn roeping om de onderlinge rivaliteit tussen de vrouwen om te smeden tot hechte vriendschapsbanden. Bij ieder huwelijk zorgde hij voor een gezamenlijk geschenk, en voor toespraakjes en gelegenheidsverzen.

Schaatshistoricus Hedman Bijlsma heeft inzage gehad in de dagboeken en aantekeningen van Douwe Miedema. Daarnaast heeft hij vele rijdsters ontmoet en gesproken. Zo bladeren we als het ware door de plakboeken van de hardrijdsters: zijn boek laat via documenten, foto’s, anekdotes en wetenswaardigheden een caleidoscopisch beeld zien van een unieke periode.

Eind zestiger jaren kwam er een eind aan de bloeitijd van de kortebaan. Door de komst van de kunstijsbanen werd het langebaanrijden steeds populairder. Men probeerde de kortebaanwedstrijden nog wel in stand te houden door bij sommige ijsbanen een zgn. ‘poot’ aan te leggen waardoor men een lang recht eind had, maar in het voorjaar van het jaar 2000 verdween ook dat onderdeel. (In 1977 werd Ans Spaans, de latere Ans Gerritsen, 3e op het NK kortebaan in Thialf, achter Henny Smit en Atje Keulen-Deelstra. Ze staat op een foto in het boek.)

Zoals gezegd, de huwelijken ‘met de poort’ verdwenen na 1970. Maar in de loop der tijd kwamen daar reünies voor in de plaats, veelal in het schaatsmuseum in Hindeloopen. De rijdsters van het eerste uur zijn nu ver in de tachtig en negentig, velen zijn intussen overleden. In het boek staan overlijdens-advertenties met teksten als ‘Ook de korte baan heeft een finish’. Van een van de rijdsters werd de as uitgestrooid over de plaatselijke ijsbaan.

Wat me, bladerend door het boek, vooral raakte was het beeld van vitaliteit enerzijds, en het besef van vergankelijkheid anderzijds. Op de vele foto’s zien we de rijdsters als jonge, sterke vrouwen, op volle snelheid in de baan, trots glunderend bij de prijsuitreiking, als stralende bruid bij hun huwelijk. Je leest over de wedstrijden, waar soms tot op de centimeter om de overwinning werd gestreden. En dan zie je ze terug bij een reünie, vele jaren later: oud, grijs geworden, maar nog steeds lachend en vitaal, blij om het weerzien met al die oude vriendinnen, gretig herinneringen ophalend. Al die levens waar het schaatsen en de schaatsvriendschappen als een rode draad doorheen liepen – om met Wim Sonneveld te spreken – ‘dat maakt me soms melancholiek’.

Kortom, het boek is méér dan geschiedenisboek. Het geeft een sfeerbeeld van een voorbije periode die uniek is in onze schaatshistorie. Prachtig uitgegeven, rijk geïllustreerd, met foto’s op iedere bladzij. Al bladerend wordt de lezer meegenomen naar een andere, voorbije wereld.

‘De vrouwen van de hardrijderij’ – uitgegeven door de Stichting Vrienden van het Eerste Friese Schaatsmuseum, is verkrijgbaar bij het Schaatsmuseum in Hindeloopen. (Kleine Weide 1-3, 8713 KZ Hindeloopen; tel. 0514-521683; info@schaatsmuseum.nl ) Het boek kost ter plaatse € 17.50. Bij toezending is de prijs, incl. portokosten, € 19.95. ISBN 9789088420870   NUR693

 

Op de 2e foto linksboven HCA’er Ans Spaans, moeder van Annette Gerritsen en vrouw van onze voorzitter.

wedstrijd-gedicht 001

ans spaans 001

 

 

 

 

 

 

 

Over Jaap van der Spek 1145 Artikelen
Echte HCA-er, vanaf 1972 op de ijsbaan te vinden. Eerst als wedstrijdschaatser, daarna 12 jaar als redateur/opmaker van de Op Uw Plaatsen, 10 jaar als trainer op de ZA2 en al weer een behoorlijk poosje als website beheerder. In het dagelijks leven eigenaar van een softwarebedrijf, echtgenoot van Carla en vader van 2 kids, Lisa en Jasper.