OVER GRIP OP HET IJS EN WEDSTRIJDSPANNING – Interview met Ruud Bouwmeester

Ruud Bouwmeester in actie

Ruud Bouwmeester in actieIn 1989 deed ik in Canada research voor een tv-serie en was ik o.a. in Calgary. Ik had m’n schaatsen meegenomen, en natuurlijk moest ik daar de Olympic Oval uitproberen. Ik herinner me nog de euforie om voor het eerst ‘binnen’ te rijden. Geen wind, geen storende omstandigheden, en dan dat fantastische ijs, waarop je niet moe leek te kunnen worden. Die herinnering was mede aanleiding om te gaan praten met Ruud Bouwmeester, die met een aantal andere HCA-ers deelnam aan de WK Masters in Calgary. 

Hoe vind je het rijden daar? Wat vind je van de baan?

Geweldig. Je voelt dat het ijs fantastisch glijdt. In Thialf moet je vaak zoeken naar grip. In Calgary had ik dat meteen, die grip op het ijs. Je hebt gelijk snelheid, je gaat dus ook met een hogere snelheid de bocht in. Ik merkte die eerste dagen dat ik wat strammere benen had, vanwege de hoge druk in de bochten. Maar het is een heerlijke sensatie, die snelheid.

Had je genoeg tijd om te acclimatiseren en om aan de baan te wennen?

Ruud Bouwmeester middenJa. Want het toernooi begon pas een week na onze aankomst. 29 januari kwamen we aan en het toernooi, dat drie dagen duurde, begon op 6 februari.

Jij zat in de categorie 50-55. Ik had de indruk dat die heel sterk bezet was.

Ja, dat was met 23 deelnemers de drukst bezette groep. Je moest daar de 500 onder de 40 rijden, en de 1500 onder de twee minuten, wilde je de afstand winnen. Als ik op de 500 niet was gevallen, dan had ik rond de 7e plaats kunnen eindigen.

Hoe kwam die val?

Ik wou dat ik het wist. Ik ging de bocht in, (de laatste buitenbocht, red.) en het volgende moment lag ik op het ijs. Waarschijnlijk was ik te enthousiast om een scherpe tijd neer te zetten, waardoor ik de techniek verloor, te veel op m’n punten ging hangen, en met de punt van m’n schaats in het ijs prikte.

De andere  afstanden gingen heel goed, zo te zien. (resp. 4.27.68, 2.02.50 en 7.48.90 red.) Zo vaak rij je volgens mij geen 5000 meter.

Nee, het was m’n eerste dit jaar.

Zo’n rit moet je dus goed kunnen indelen. Stond er een trainer langs de baan met rondetijden?

Bram Hachmang, onze trainer, hield de rondetijden bij. En ik had een tegenstander die ongeveer even sterk was. Het was dus stuivertje wisselen, en in de laatste paar ronden bleek ik net iets sterker.

Merkte je iets van het hoogteverschil?

Ikzelf had daar niet zo’n erg in. We kwamen aan op een donderdag, konden vrijdag een training doen, en hadden zaterdag een trainingswedstrijd. Toen heb ik er wel bewust voor gekozen om de korte afstanden te rijden, 500 en 1000, omdat het werd afgeraden om meteen de lange afstanden te gaan rijden.

We hadden wel last van de enorm droge lucht daar. Na de finish stond iedereen te hoesten.

Is dat typerend voor Calgary?

Ik begreep van wel. Catriona LeMay, die de prijzen uitreikte, maakte nog een opmerking dat daar wel iets aan gedaan zou moeten worden.

Wat de ambiance betreft – was er veel publiek?

Nee. Dat waren voornamelijk familie en vrienden en andere deelnemers. Er is maar aan één kant van de baan een tribune. Aan de zijkant is een atletiekbaan, daar hadden ze ook een tribune neergezet. Enerzijds is er dus weinig ambiance, anderzijds heb je wel contact met de andere masters van je groep.

Waar kwamen die allemaal vandaan?

Rusland, Canada, uiteraard. Er was een Australiër. Duitsers, Japanners, Noren.

Ik zag foto’s van de prijsuitreiking, waarbij de deelnemers steeds ouder waren. Tot hoever gaat dat door?

Tot de oudste deelnemer. Dat was dit keer een Canadees van 87. Daar kijk ik met ontzettend veel bewondering en respect naar. Het gaat dan natuurlijk niet meer om hard rijden, maar om de prestatie dat zo’n man überhaupt nog op het ijs staat.

Is Nederland in al die categorieën het sterkst vertegenwoordigd?

Nederland mag wel de meeste deelnemers afvaardigen, ik geloof 62 deze keer. Waarom, en hoe dat precies gaat, dat zou je de organisatie moeten vragen. Misschien speelt een rol welk land de meeste aangesloten leden heeft.

Moest je bepaalde limiettijden hebben gereden?

Ja, maar die waren niet heel scherp. De limiettijden voor heren 50+ waren 46 seconden op de 500 meter en 2.20.00 op de 1500 meter.

Ik herinner me van Calgary ook, dat het een enorm groot complex is, met allerlei hallen en zalen voor andere sporten.

Ja. Het is onderdeel van de Universiteit van Calgary, en wat me vooral fascineerde was hoe intensief zo’n gebouw wordt gebruikt. Je hebt dus een 400-meter baan, in het midden heb je een shottrack- en een ijshockeybaan. Daar omheen heb je dan een atletiekbaan, en bij de entree, de ingang, heb je nog een 100 meter atletiekbaan. Er werd hooggesprongen, er was een verspringbak, in een andere hoek werd driftig op rollerbanden gefietst – alles rondom die 400-meter baan. Verder heb je in het universiteitscomplex nog basketbalzalen, volleybalvelden en fitnessruimtes.

Wat ik me ook herinner is dat er op publieksuren bijna niemand op de baan was. Het langebaanschaatsen leeft daar niet.

 

Klopt. Als ze ’t over schaatsen hebben, dan bedoelen ze ijshockey.

In maart word je 50, en je verbetert dus nog steeds je pr’s. Zit daar nog veel rek in?

Dat is moeilijk in te schatten. Met de jaren wordt het natuurlijk steeds lastiger. Ik rij nog steeds om en nabij mijn pr’s. Maar ze staan nu natuurlijk wel heel scherp.

Weet je al waar het volgende Masters-toernooi is?

In Leeuwarden, in de zgn. Elfsteden-hal. Die wordt momenteel gebouwd.

Hiermee leek het interview min of meer afgelopen. Maar doorpratend vertelde Ruud hoe hij ooit met het schaatsen in aanraking kwam. Vele wegen leiden naar het ijs, dit is er één:

Je moet weten dat ik vroeger intensief aan wedstrijdzwemmen heb gedaan. Maar daar was ik al lang mee gestopt. Ergens in april, bijna twintig jaar geleden, wilde ik naar een wandelbeurs, in het Tropenmuseum. Die ochtend had ik radio Stad Amsterdam opstaan, en daar hoorde ik een interview met iemand die klimcursussen gaf. Daar kon je die dag naar toe gaan, en dan mocht je vrij klimmen. Ik dacht: jammer, maar ik heb andere plannen vandaag. Maar in het Tropenmuseum bleek, dat die wandelmarkt pas de volgende dag was. Toen dacht ik: nu ik toch in oost ben kan ik net zo goed naar die klimcursus gaan. Ik heb daar geklommen en me opgegeven voor een cursus, die werd gegeven door Duosport. Later die zomer gingen we een weekend rotsklimmen in Frankrijk. Daar heb ik mensen leren kennen die uiteindelijk m’n vrienden zijn geworden. Zij deden ook conditie- en schaatstraining bij Duosport.

Dus zo kwam je via een mislukt bezoek aan de wandelbeurs op het ijs terecht. Een late roeping.

Wacht, er zit nog één fase, één schakel tussen. Ik was gestopt met wedstrijdzwemmen, maar ik vond dat ik toch weer wat moest gaan doen. Toen ik bij Duosport conditietraining deed in het Amsterdamse Bos, had ik nog geen ambitie om te gaan schaatsen. Maar een van die vrienden gaf me op voor een schaatscursus. En toen moest ik wel.

Ik herinner me nog dat je bij de HCA kwam. Je maakte toen volgens mij heel snel vorderingen.

Zelfs toen ik schaatslessen nam had ik nog helemaal geen aspiratie om wedstrijden te gaan rijden. Maar we gingen een keer op reis naar Collalbo, en onze trainer (Michiel Knotnerus, die nu ook bij de HCA rijdt) regelde daar een informeel wedstrijdje. Ik weet nog dat ik daar aan de start stond, en ineens weer die wedstrijdspanning voelde bovenkomen. Ik dacht: wauw – wat heb ik dat gemist! Dit wil ik weer. Dus toen heb ik terug in Nederland de telefoon gepakt en me aangemeld bij de HCA.

Zo is het allemaal begonnen.

Over Jaap van der Spek 1151 Artikelen
Echte HCA-er, vanaf 1972 op de ijsbaan te vinden. Eerst als wedstrijdschaatser, daarna 12 jaar als redateur/opmaker van de Op Uw Plaatsen, 10 jaar als trainer op de ZA2 en al weer een behoorlijk poosje als website beheerder. In het dagelijks leven eigenaar van een softwarebedrijf, echtgenoot van Carla en vader van 2 kids, Lisa en Jasper.